Ruggenprik (epiduraal)

Bij de ruggenprik spuit de anesthesioloog via een dun slangetje (katheter) verdovingsvloeistof in de ruimte tussen de ruggenwervels:de epidurale ruimte. Hier lopen zenuwen die pijnprikkels van de baarmoeder en de bekkenbodem vervoeren. Als deze zenuwen worden uitgeschakeld, voel je de pijn van de weeŽn niet meer.
Behalve pijnzenuwen lopen in deze ruimte ook zenuwen die de spieren in het onderlichaam aansturen. Na een ruggenprik kan dus ook de spierkracht in de benen tijdelijk afnemen; bovendien ontstaat er minder gevoel in de benen en de onderbuik.
Als je wilt zien wat er gebeurt tijdens een ruggenprik, kijk dan dit filmpje

Lees verder